NL
Kunstwerken in de kijker
Jean Delville
De engel der schitteringen, 1894
 
Jean Delville is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Belgische Symbolisme. Hij was een aanhanger van de ideeën van Sâr Péladan* en propageerde de theorieën van La Rose+Croix (het genootschap der Rozenkruisers) in Brussel. Zijn hele oeuvre staat in het teken van occultisme, idealisme en esoterisme. De allegorische inslag van zijn werk komt duidelijk naar voren in De engel der schitteringen. In een nevelig landschap zweeft een man, als het ware bedwelmd door een roes van genot, weg van de aardse ketenen en van de zonde die door een slangenkluwen wordt gesymboliseerd. Met een engel van licht als leidsvrouw stijgt hij ten hemel op. De maniëristische engelenfiguur getuigt van de invloed van de zestiende-eeuwse Italiaanse schilderkunst. Gehuld in een dubbelzinnige erotische sfeer, lijkt deze voorstelling van een mannenlichaam de poëtische uitbeelding van een extase. Het lyrische karakter van de vloeiende lijnen en de etherische lichtheid van de opstijgende beweging kondigen de opkomst van de art nouveau aan.

 

Jean Delville L’Ange des splendeurs, 1894
Olieverf op doek, 127 x 146 cm>
Brussels hoofdstedelijk gewest, Brussel, in het depot in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
© SABAM Belgium 2010

 

Xavier Mellery
De rondedans van de uren of De uren, 1890
 
Xavier Mellery, een voorloper van het Symbolisme in België, voegde aan de traditionele opvatting van de allegorie een moderne betekenis toe. Hij maakte talrijke werken en ontwerpen voor muurschilderingen in de gecodificeerde taal van de allegorische kunst.  In De rondedans van de uren presenteerde hij zijn allegorieën op een gouden achtergrond, conform de klassieke Byzantijnse traditie. Omdat de ruimte niet wordt voorgesteld, waardoor de scène niet in een concrete omgeving geplaatst kan worden, staan deze allegorieën buiten de tijd. Mellery bracht dikwijls opschriften in zijn allegorische werken aan, iets wat maar weinig symbolistische schilders in België deden. Hij was de inspirerende leraar van Fernand Khnopff. Zijn visie op de dingen vatte hij als volgt samen: ‘Alles leeft, ook datgene wat niet beweegt.’

 

 Xavier Mellery La Ronde des heures ou Les Heures, 1890
Olieverf op doek, 47 x 73 cm
Brussels hoofdstedelijk gewest, Brussel, in het depot in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
© KMSKB, 2010

 
Fernand Khnopff
Liefkozingen, 1896
 
In het Belgische Symbolisme was een fundamentele rol weggelegd voor de vrouw, als de belichaming van het dualisme en de dubbelzinnigheid van de wereld. Alle symbolisten hebben dit thema in eindeloze variaties behandeld. Bij Fernand Khnopff verschijnt de vrouw afwisselend als engel, als muze, als vriendin, maar ook als verleidster, femme fatale en pervers wezen. In Liefkozingen, wellicht zijn beroemdste schilderij, toont de kunstenaar haar mysterieuze schoonheid. Hij stelt haar echter tegelijkertijd voor als een wezen dat, helaas, zichzelf verkoopt en Satan als meester aanvaardt. Dat ambigue gevoel vermengt zich met verleiding, bekoring, onderwerping – de onderwerping van de man aan de vrouw. We kunnen deze confrontatie tussen de androgyn en de sfinx in een fantasielandschap met blauwe zuilen en kabbalistische inscripties op allerlei manieren uitleggen. Geeft Khnopff hier een symbolische voorstelling van macht, van overheersing, van verleiding weer? Of beeldt hij zichzelf af met zijn spiegelbeeld, zijn zuster en ondoorgrondelijke muze Marguerite? Verwijst hij naar de oeroude sage van Oedipus en de sfinx? Het werk blijft de toeschouwer intrigeren en geeft zijn geheim nooit prijs.
 

Fernand Khnopff Des caresses, 1896
Olieverf op doek, 50,5 x 151 cm Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel© KMSKB, 2010. Foto Guy Cussac

 

 
Fernand Khnopff
Acrasia. The Faerie Queen, 1892 / Britomart. The Faerie Queen, 1892
 
Acrasia en Britomart gaan terug op twee vrouwelijke personages uit The Faerie Queen van Edmund Spenser, een Engels dichter uit de tweede helft van de zestiende eeuw. Fernand Khnopff liet zich inspireren door de sprookjesachtige sfeer van de oude Engelse legenden, overigens ook erg geliefd bij de prerafaëlieten. Acrasia belichaamt de onbeheerste zinnelijkheid en Britomart de huwelijkstrouw. De kunstenaar laat de symboliek uitsluitend in de kleding tot uiting komen: enerzijds de sluier die de naaktheid van het aangeboden lichaam onthult, anderzijds het glanzende oppervlak van het ondoordringbare harnas. De twee vrouwen staan als pendanten voor eenzelfde groene achtergrond, maken eenzelfde gebaar met hun rechterarm en hebben allebei weelderig rossig haar. Acrasia heeft iets duivels over zich, zoals de vrouwenfiguren van Gustav Klimt dit eveneens over zich hebben. Britomart bezit een melancholische zuiverheid die vergelijkbaar is met die van de dolende ridders van Burne-Jones.

 

 Fernand Khnopff Acrasia. The Faerie Queen, 1892
Olieverf op doek, 150,8 x 45 cmbr /> Brussels hoofdstedelijk gewest, Brussel, in het depot van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
© KMSKB, 2010

 
Félicien Rops
De opperste ondeugd,(ca. 1884)
 
Félicien Rops wordt doorgaans als een romantisch en realistisch kunstenaar beschouwd, maar hij is ook een belangrijke vertegenwoordiger van de Belgische symbolistische stroming. Terwijl de burgermaatschappij waar hij uit voortkwam hem verachtte, werd hij op handen gedragen door de grootste dichters van de negentiende eeuw, wier werk hij illustreerde. Deze tekening houdt, net als alle ‘symbolistische’ werken van de kunstenaar, verband met de literatuur. De opperste ondeugd is de geïllustreerde titelpagina van de roman Le Vice suprême. Etudes passionnelles de décadence (1884) van Sâr Péladan, de geestelijke leider van de Ordre de la Rose+Croix. Rops hield er een libertijnse levenswijze op na en dat maakte van hem een legendarische figuur. In zijn werken komt een voorkeur voor het fantastische en bovennatuurlijke tot uiting. Zijn repertoire bestaat vooral uit skeletten, duivels en de dood. Volgens sommigen is De opperste ondeugd een omzetting van het ‘baudelairiaanse satanisme’ in een plastische vorm. Of is het een voorstelling van de wellust en de ijdelheid die zich in de dood verenigen? De twee figuren blijven tot na de dood tot elkaar aangetrokken. Wat wij zien is echter geen vurige hartstocht maar veeleer een galant liefdesspel – een mondain tafereeltje dat Rops ironisch betitelde als vice suprême, ‘opperste ondeugd’.

*Joséphin Péladan (Lyon 1858 – Parijs 1918) was de geestelijke leidsman van de Ordre de la Rose+Croix (het genootschap van de Rozenkruisers). De tentoonstellingen die dit genootschap van 1892 tot 1897 in Parijs organiseerde maakten veel ophef in de kunstwereld.

 

 

Félicien Rops Le vice suprême, 1884
Potlood, Oost-Indische inkt en hoogsels in witte gouache op papier, 23,8 x 16 cm
Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel
© KMSKB, 2010. Foto J. Geleyns /
www.roscan.be